📦 Voor je start: Controleer of je alle onderdelen in huis hebt en de juiste tools klaar hebt liggen. Liever nu dan halverwege stoppen.
De binnenunit van een airco wordt opgehangen aan een metalen plaat (ook wel montageplaat genoemd).
Die zit achteraan de binnenunit en wordt apart meegeleverd in de doos.
🔹 Zo doe je het:
Haal de metalen plaat uit de doos.
Bepaal op de muur waar je de airco wil hangen (zie vorige tips).
Hou de plaat tegen de muur met een waterpas erop.
Teken de gaatjes af op de muur.
Boor gaten, steek pluggen in en schroef de plaat stevig vast.
Achter de binnenunit komen leidingen die naar buiten moeten (koelbuizen, elektriciteit en afvoer).
Die gaan samen door één gat van ± 6,8 cm breed (Ø68 mm).
🔹 Zo doe je het:
Kies de plek waar het gat moet komen: meestal vlak onder de montageplaat.
Boor met een klokboor een gat door de muur, licht schuin naar beneden naar buiten toe.
De buitenunit plaats je aan de buitenkant van je woning. Die zorgt ervoor dat de warmte uit je woning afgevoerd wordt. Je kunt ze op de grond plaatsen of ophangen aan de muur.
In de schaduw: Zo werkt je toestel zuiniger. Volle zon vermijden is aangeraden.
Met voldoende ruimte rondom: Minstens 25 cm aan elke kant.
Op een stabiele ondergrond: De unit moet volledig waterpas staan.
Muurbeugel of montagebalken (voor aan de muur)
Trillingsdempers of vloersteunen (voor op de grond)
Pluggen en schroeven (voor een stevige bevestiging)
Muurbeugel (ophangen aan muur):
Teken de boorgaten af op de gevel. Gebruik een waterpas.
Boor de gaten en plaats pluggen.
Schroef de muurbeugel stevig vast.
Zet de buitenunit op de beugel en bevestig met bouten.
Vloersteunen (op de grond of plat dak):
Zet de steunen op een vlakke, stevige ondergrond.
Plaats trillingsdempers bovenop de steunen.
Zet de buitenunit netjes in het midden en schroef ze vast.
➡️ Controleer of de buitenunit waterpas staat. Dat is belangrijk voor de werking en de afvoer van condens.
Nu beide units hangen, kun je het traject aanleggen tussen binnen- en buitenunit. Je hoeft niets aan te sluiten — dat is voorbehouden aan een gecertificeerd koeltechnieker. Als particulier mag je enkel het voorbereidend werk doen: het aanleggen en begeleiden van de leidingen tot aan de buitenunit.
Benodigdheden (apart te voorzien):
Koperen koelbuizen, voorgeïsoleerd en met voorgemonteerde flarekoppelingen
Stuurkabel (voor communicatie tussen binnen- en buitenunit)
Stroomkabel (voor aansluiting op het elektriciteitsnet)
Condenswaterslang (voor de afvoer van condenswater)
Voor je de leidingen legt, monteer je eerst de kabelgoten of muurprofielen. Die zorgen voor een nette en beschermde afwerking. Achteraf toevoegen is moeilijker of zelfs onmogelijk zonder alles los te maken.
Leid koelbuizen, stuurkabel, stroomkabel en condensslang één voor één van binnen naar buiten. Volg een korte, rechte route en vermijd knikken in de koelbuizen. Laat aan zowel binnen- als buitenunit minstens 10 cm extra koelbuis over, zodat de technieker vlot kan aansluiten.
De condensslang moet altijd lichtjes naar beneden hellen zodat het water goed wegloopt. Bij langere trajecten maak je om de twee meter een klein knikje naar beneden. Loopt het horizontaal meer dan tien meter, dan is een condenspompje noodzakelijk.
De elektrische aansluiting mag je volledig zelf uitvoeren. Je voorziet een stroomkabel voor de buitenunit, en een stuurkabel tussen de binnen- en buitenunit. De binnenunits krijgen hun stroom via die stuurkabel — je hoeft ze dus niet apart aan te sluiten op het net.
Stroomkabel: sluit je rechtstreeks aan op de buitenunit.
➤ Bij toestellen tot 7 kW mag dit via een stopcontact of een aparte kring in de zekeringkast.
➤ Toestellen boven 7 kW moeten verplicht op een eigen kring in de zekeringkast worden aangesloten.
Stuurkabel: loopt tussen de binnenunit en de buitenunit.
➤ Deze zorgt niet alleen voor de communicatie, maar levert ook stroom aan de binnenunit.
➤ Sluit de kabel aan zoals aangegeven in het aansluitschema van je toestel. Let op de juiste volgorde van de klemmen (L1-L2-L3 of N, afhankelijk van het merk).
✅ Werk altijd spanningsvrij, draai alle klemmen stevig aan, en raadpleeg bij twijfel een elektricien. Een goede aansluiting is essentieel voor een veilige werking van je systeem.
Zodra alles gemonteerd en aangesloten is, moet je installatie officieel opgestart worden. Dit heet de indienststelling, en is wettelijk verplicht in België en Nederland.
Bij de installatie van een airco komt het koelcircuit in contact met de buitenlucht. Om de werking veilig en correct te garanderen, moet een erkend koeltechnisch bedrijf het toestel controleren, vacumeren en lekdicht opstarten. Zonder deze stap vervalt je garantie.
Alleen een gecertificeerd koeltechnisch bedrijf mag een airco officieel in dienst stellen. Bij ComfyCool verwijzen we je graag door naar betrouwbare, erkende partners. Je vindt ze op:
👉 www.comfycool.be/indienststelling
Controle van de installatie op zichtbare fouten
Vacumeren van de koelcircuits (lucht en vocht verwijderen)
Aansluitingen controleren op lekdichtheid
Bijvullen van koelmiddel indien nodig
Opstart van de airco met een eerste test
Na de opstart ontvang je een factuur of attest van indienststelling. Dit is belangrijk: dit document dient als bewijs voor je fabrieksgarantie.
Zorg dat de installateur vlot aan de slag kan tijdens de indienststelling. Dat betekent:
Alle trajecten van leidingen zijn geplaatst en overlappen met de aansluiting van de units
Binnen- en buitenunit zijn stevig bevestigd en zijn waterpas
Elektrische voeding is aangesloten
Er is voldoende vrije ruimte rond de buitenunit
De installatie is bereikbaar voor controle en meting
Zelf je airco installeren is haalbaar, zolang je nauwkeurig werkt én de indienststelling overlaat aan een erkend technieker. Met deze gids, het juiste materiaal en een beetje handigheid maak je jouw woning klaar voor zorgeloze koeling en verwarming – het hele jaar door.
💡 Hulp nodig? Op www.comfycool.be vind je installatiesets, onderdelen, en betrouwbare partners voor indienststelling. Zo combineer je doe-het-zelf met professioneel advies.
Veel succes met je installatie!
